37 Donkere dagen

Op een afstand zie ik ze staan. Praten honderduit. Ik zet mijn glas neer en loop die kant op. Voeg me bij de groep. Ik word niet opgemerkt. Blijkbaar moet ik me aanmelden. Ik  lach mee met een grap. Dan is er contact. Iemand kijkt. Iemand praat. Tegen mij. Ik meng me in het gesprek. Zeg dingen. Geen idee wat. Het ene glaasje stijgt naar mijn hoofd. Ik moet gaan. Wil naar huis. Aan de grond genageld blijf ik staan.

Ik word er ieder jaar wat chagrijnig van. Die koude donkere dagen. In de ochtend, als de wekker gaat, moet ik eerst drie keer kijken naar de tijd. Ik geloof gewoon niet dat de nacht al voorbij is. Wil het niet geloven. Pas onder een hete douche begin ik wakker te worden. Zelfs als de kinderen naar school gaan is het nog niet helemaal licht. Met de autolichten steevast aan, rijd ik naar mijn werk. Het oude pand komt pas op woensdag een beetje op temperatuur. Aan het eind van de middag, uiteraard donker, rij ik met mijn ijskoude handen voor de ventilatieroosters naar huis.

Er is geen reden om niet te gaan. Het is nog redelijk vroeg. Het is droog. Ik heb geen andere afspraken. De sportkleren zitten niet in de was. De mp3 speler is opgeladen. Het is alweer bijna een week geleden. Okee. Ik hijs me in mijn outfit en rits het jack tot aan mijn oren dicht. Ik loop alvast drie keer de trap op en neer om een beetje warm te worden. In plaats van veel plezier, roept mijn lief sterkte. Ik steek de straat over en begin te lopen. Mijn knieën voelen stijf van de kou. Doorlopen. Worden vanzelf warm. Na tien minuten hoor ik de Belgische coach via mijn oortjes vragen of ik niet ontzettend heerlijk aan het genieten ben. Nou, net eventjes niet nee.

Kom jongens, we gaan lekker op de fiets. Buitenlucht is altijd goed. Wel opschieten want we zijn wat aan de late kant. Eigenlijk gewoon laat. Het is best een flink stuk fietsen naar de hockey. Mijn jongste gaat achterop, de oudste fietst zelf. Het grootste stuk duw ik haar voort. Dan gaan we sneller. We hadden misschien een sjaal om moeten doen. Halverwege komen er tranen. Ze heeft koude handen. Zo koud dat ze zeer doen. Dan moet je harder fietsen. Dan krijg je het vanzelf warm. Mama heeft het al bloedheet. Dat werkt natuurlijk niet bij haar. Mijn jongste achterop begint een ijsklompje te worden. Ook zij piept. Met twee huilende kinderen is de dag weer lekker begonnen.

Inmiddels weet ik het. Als de klok achteruit gaat moet ik voorzorgsmaatregelen nemen. Niet meer laten sudderen totdat ik zielig onder de dekens roep dat echt niemand mij begrijpt. Totdat ik schop tegen alles omdat de wereld zo stom is. Nee, gewoon naar de winkel om een grote pot vitamine D aan te schaffen. Bij de drogist een lekkere badolie kopen. Een flinke voorraad vette crème voor handen en lippen inslaan. En vooral mezelf verwennen met een stapel tijdschriften voor op de bank. Na een week of twee slikken, een net iets te heet bad of vier later, inmiddels handen zonder kloven en na wat nutteloze tijd voor mezelf worden de donkere dagen ineens iets lichter.

Een gedachte over “37 Donkere dagen

  1. Heel herkenbaar . Ik heb twee dagen aan Dorien gevraagd of het al tijd was voor mijn winterslaap. Na twee dagen zij ze ” mama, hou op je bent en mens geen beer het is nou eenmaal zo” en gelijk heeft ze. Ieder jaar vergis ik me weer, en ieder jaar bikkel ik me zelf weer naar de zomer toe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>